Geschiedenis


In oktober 1977 vond op de terreinen van de toenmalige Flevohof (tegenwoordig Walibi World) de introductie van tractor pulling in Europa plaats. Sindsdien heeft deze motorische sport een geweldige ontwikkeling doorgemaakt.



In de Verenigde Staten mocht tractor pulling zich al vanaf de jaren vijftig in een flinke belangstelling verheugen. De mechanisatie in de landbouw was in het land van Uncle Sam veel verder ontwikkeld dan in de oude wereld. Al snel wilden de boeren wel eens weten wie nu de sterkste tractor had en zo ontstond de oervorm van tractor pulling. Aanvankelijk werd de strijd aangebonden met zogenaamde `deadweight-sleds`. Dat was een soort slede met gewicht erop. Het was alles of niets: de deelnemer kreeg de combinatie van de plaats of groef zich ter plekke in. De tractoren werden werkelijk afgeladen met allerlei vormen van ballast. Later kwamen er sleden die naarmate de afstand toenam zwaarder werden belast. In eerste instantie was dat een slee waarop om de vijf meter personen stapten, de zogenaamde `step-on-sled`. Toen de deelnemers begonnen om hun machines van meer paardenkrachten te voorzien, werd dat toch wat te gevaarlijk en zo werd de `weight-transfer-machine` ontwikkeld: een soort oplegger met een bewegende ballastbak en aan de voorzijde een sleepvoet. In principe is het de sleepwagen zoals die vandaag de dag vrijwel nog altijd wordt gebruikt.



Nederlandse introductie


In 1976 bezocht een aantal Nederlanders de landbouwtentoonstelling Farmfest in de staat Minnesota. Onder hen waren Gerrit Alting uit Oud-Alblas en een aantal redacteuren van het landbouwweekblad Boerderij. Op de terugweg bespraken ze de mogelijkheid om tractor pulling in Nederland te introduceren. En waarom zou dat zo`n vreemde gedachte zijn? Tenslotte moesten de jongeren uit de agrarische wereld zich beperken tot weinig dynamische activiteiten als ploeg- en trekkerbehendigheidswedstrijden.
In februari 1977 verscheen in Boerderij een verslag van de wedstrijd op Farmfest. Op fraaie wijze werd uit de doeken gedaan wat tractor pulling inhield en daarbij ging een oproep aan inventieve sleutelaars die belangstelling hadden voor de sport om zich te melden. Alle belangstellenden werden in het voorjaar uitgenodigd voor een informatiebijeenkomst in Bunnik, waarbij ook deskundigen van het Instituut voor Mechanisatie, Arbeid en Gebouwen (IMAG) uit Wageningen aanwezig waren. Op deze bijeenkomst werd het initiatief genomen om de Nederlandse Truck en Tractor pulling Organisatie (NTTO) op te richten. De nieuwe vereniging kon meteen aan het werk, want in samenspraak met Boerderij werd het plan opgevat om de Europese introductie samen te laten vallen met de wereldkampioenschappen ploegen, die op 7 en 8 oktober 1977 plaats zouden vinden op de toenmalige Flevohof. Boerderij zou uit de Verenigde Staten een sleepwagen en enkele tractoren over laten komen. Veel aandacht werd er besteed aan de baan op Flevohof, die over de hele lengte werd uitgegraven en werd voorzien van drainage. De baancommissie oefende inmiddels al volop op een betonweg in Wageningen, waarbij gebruik werd gemaakt van een remwagen van het IMAG. Het vinden van deelnemers voor de wedstrijd bleek niet moeilijk. Zelfs uit Duitsland kwamen de aanmeldingen binnen, mede ook dank zij de inspanningen van het landbouwweekblad Top-Agrar. Het Engelse Farmers Weekly organiseerde voor zijn lezers een speciale reis naar het evenement op Flevohof.


Groot succes


Alles werd gedaan om de introductie op 7 en 8 oktober te laten slagen. Jammer genoeg werkte het Nederlandse klimaat niet mee. Het draagvermogen van de baan was door de langdurige regen van de voorafgaande weken aangetast en het afdekken met plastic en het opbrengen van tonnen ongebluste kalk brachten daarin weinig verandering. Toen op vrijdagmorgen de Amerikaan Les Houck met zijn Foxy Lady voor Z.K.H. prins Claus en zijn gezelschap een demonstratie moest verzorgen, bleek dat de baan niet aan de eisen voldeed. Al na enkele meters groef de 800 pk sterke machine, voorzien van twee Dodge-V8-motoren, zich in. Houcks landgenoot Mark Stauffer kwam met zijn Sneeky Pete, een Deutz D9006 super stock, al weinig verder. Na enig wikken en wegen werd besloten om uit te wijken naar een smalle asfalt-weg. De tweede dag was de belangstelling werkelijk overweldigend, want er kwamen ruim 20.000 bezoekers op het spektakel af. Richting Flevohof was het een chaos op de weg, met kilometers lange files en de daarbij horende botsinkjes. De burgemeester van Dronten, die op het wedstrijdterrein aanwezig was, moest als hoofd van de politie zelfs versterking optrommelen.
Meteen na het evenement werd al het nodige gedaan om de demonstratiewedstrijd niet een eenmalig iets te laten blijven. De sport moest tenslotte in Europa vaste voet aan de bodem krijgen. De sleepwagen van machinist Dan Brubaker zou als voorbeeld dienen voor een door landbouwmachinefabriek Vicon gebouwde sleepwagen, eigendom van de NTTO en nu bekend onder de naam Keep Moving. Foxy Lady, de machine van de Amerikaan Les Houck, bleef in Nederland. De twin-Dodge werd gekocht door Maurits Immink, die er enkele jaren het echte tractor-pullinggeweld mee demonstreerde.
De sport maakte de afgelopen drie decennia een geweldige ontwikkeling mee en wordt nu beoefend in vijftien Europese landen. Ook in technisch opzicht is er enorm veel veranderd. De nagenoeg standaard uitgevoerde tractoren die in 1977 acte de prosence gaven, maakten plaats voor creaties die qua niveau kunnen wedijveren met de machines in de Verenigde Staten, daar waar het allemaal begon.